Rachel Laudan Cuisine And Empire

Oké, laten we het even hebben over eten. Niet zomaar eten, maar over hoe en waarom we eten wat we eten. Heb je ooit nagedacht over waarom de Italianen zo verzot zijn op pasta, of waarom wij Hollanders zo dol zijn op stamppot, behalve dat het comfort food is als de regen tegen de ramen klettert? Rachel Laudan dus ook, en zij schreef er een dik boek over: Cuisine and Empire.
Laudan's idee, in een notendop, is dat eten niet zomaar eten is. Het is verbonden met macht, handel, en hoe beschavingen elkaar beïnvloeden. Het is een beetje alsof je zegt dat je favoriete Spotify playlist stiekem een politiek statement is, maar dan met spruitjes en aardappels. We lachen erom, maar het zit wel diep.
Denk er eens over na. Waarom drinken we koffie? Niet omdat het hier groeit! (Sorry, geen Hollandse koffiebonen, tenzij je een héél serieuze hobbykas hebt.) Het kwam hier via de handel, via koloniën, en werd onderdeel van ons dagelijks leven. Nu kunnen we ons een dag zonder niet meer voorstellen! Laudan zou zeggen: kijk, daar heb je het al. Cuisine en macht in je mok.
Must Read
Het Eten als Veroveraar
Dus, wat bedoelt Laudan precies met 'rijk'? Nou, niet alleen de Romeinen die op sandalen door Europa marcheerden. Rijk is een breed begrip. Het gaat over culturele invloed, economische dominantie, en het idee dat jouw manier van leven (en dus ook eten) de beste is. Een beetje zoals die ene vriend die altijd beweert dat zijn zelfgemaakte pizza écht de allerlekkerste is. (En stiekem heb je gelijk.)
Neem nou die alomtegenwoordige aardappel. Oorspronkelijk komt 'ie uit Zuid-Amerika. Maar dankzij de Spanjaarden en hun veroveringsdrang, belandde de aardappel in Europa. Eerst vond niemand het ding lekker (schil en al opeten was geen succes, duh!), maar na een tijdje… Bam! De aardappel redde hele bevolkingen van de honger en werd een basisproduct in veel keukens. Van Franse friet tot Ierse stoofpot. De aardappel, de stille veroveraar.

De Invloed van Specerijen
En dan hebben we natuurlijk de specerijen. Wist je dat de zoektocht naar specerijen een belangrijke drijfveer was achter de Europese ontdekkingsreizen? Mensen waren gek op peper, kaneel, nootmuskaat… Die dingen waren duurder dan goud! Het bezitten van de bron van die specerijen, of de handelsroutes, gaf je enorme macht. Net alsof je de enige bent die goede wifi heeft in een overvolle trein. Iedereen wil een stukje van je 'rijk'.
Nu strooien we er achteloos mee over onze maaltijden, maar denk eens terug aan die tijd. Specerijen waren een statussymbool. Ze lieten zien dat je het gemaakt had. Een beetje zoals tegenwoordig pronken met een designertas of een dure auto. Alleen was dit dan eetbaar. Eten als statussymbool.
Eten en Klasse: Wie Eet Wat?
Laudan laat ook zien hoe eten verbonden is met sociale klasse. Vroeger (en soms nog steeds) aten de rijken andere dingen dan de armen. Dure ingrediënten, ingewikkelde bereidingswijzen… Het was allemaal onderdeel van het 'toneelstuk' van de macht. Stel je voor: kaviaar tegenover bruine bonen. Er zit een wereld van verschil tussen, niet alleen qua smaak, maar ook qua betekenis.

Tegenwoordig is die scheiding minder strikt, maar het speelt nog steeds een rol. Denk aan de opkomst van 'foodies' en 'Michelin-sterren'. Het is een beetje alsof je bij een voetbalwedstrijd in de VIP-box zit in plaats van op de tribune. Je ziet hetzelfde spel, maar de ervaring is totaal anders. Het eten wordt een performance.
En dan heb je de opkomst van veganisme en duurzaam eten. Dat zijn ook weer manieren om via eten een statement te maken. Het is een manier om te zeggen: "Ik geef om de wereld, om dieren, om mijn gezondheid." Eten wordt een politieke daad.

Globalisering en de Eenheidsworst (of toch niet?)
De wereld wordt steeds kleiner, en dat zie je ook terug in ons eten. Je kunt tegenwoordig overal sushi, pizza, en hamburgers krijgen. Is dat erg? Volgens sommigen wel. Ze vrezen dat we al onze lokale eetculturen verliezen en dat alles uiteindelijk verandert in een smakeloze eenheidsworst. Zoals een vriend van me eens zei: "Straks smaken alle vakanties hetzelfde: naar McDonald's."
Maar Laudan is optimistischer. Ze denkt dat we juist nieuwe, interessante combinaties creëren. Fusion cuisine, zeg maar. Denk aan een kapsalon, maar dan met kimchi en gochujang. Of bitterballen gevuld met rendang. Het kan alle kanten op! Eten als creatieve mash-up.
De Nederlandse keuken zelf is natuurlijk ook een product van invloeden van buitenaf. Denk aan de Indonesische rijsttafel, die een vaste plek heeft veroverd in ons culinaire landschap. Of de Surinaamse roti. We hebben er onze eigen draai aan gegeven, en dat is juist wat het zo interessant maakt. Cuisine als een constant evoluerende mixtape.

Dus, wat kunnen we leren van Laudan?
Dat eten meer is dan alleen brandstof. Het is geschiedenis, politiek, cultuur, en een manier om jezelf uit te drukken. De volgende keer dat je een boterham met kaas eet, denk er dan eens over na waar die kaas vandaan komt, hoe hij gemaakt is, en welke invloeden er allemaal een rol hebben gespeeld. Misschien ga je er dan wel heel anders naar kijken. (Of misschien ook niet. Kaas blijft kaas, toch?)
Laudan’s boek is een uitnodiging om kritisch te kijken naar wat we eten en waarom. Het is een wake-up call om te beseffen dat eten niet zomaar iets is dat we in onze mond stoppen, maar een complex en fascinerend onderdeel van onze samenleving. En dat je dus best trots mag zijn op je stamppot, want het is meer dan alleen aardappels en worst. Het is een stukje Nederlandse geschiedenis op je bord!
En laten we eerlijk zijn, wie had ooit gedacht dat je zo diep over eten kon nadenken? Nou, Rachel Laudan dus. En nu jij ook, hopelijk met een glimlach op je gezicht.
