Is Er Dan Niemand Boos

Je kent het wel, toch? Die situatie... Die ene, specifieke situatie waarin je je afvraagt: "Is er dan niemand boos?" Het is alsof de wereld om je heen een vreemde dans uitvoert, en jij staat er bij als een verdwaalde pinguïn op een zonnig strand. Niets klopt, alles is... anders. Maar niemand lijkt het te merken.
Neem nou die keer dat ik per ongeluk een hele taart liet vallen in de supermarkt. Niet zomaar een klein gebakje, nee, een volwaardige, slagroom-overladen verjaardagstaart. Het ding landde met een plof op de vloer, een explosie van zoetigheid en chocolade. En wat gebeurde er? Een paar mensen keken even op, mompelden iets onverstaanbaars, en liepen door. Is er dan niemand boos? vroeg ik me af. Ik had net een kunstwerk van banketbakkers vernietigd! Een tragedie voor zoetekauwen overal! Maar nee, blijkbaar was het 'gewoon een dinsdag' in de supermarkt.
Het dagelijkse toneelstuk van "alles is oké"
Dit fenomeen – de collectieve ontkenning van het overduidelijke – is overal. Denk aan die collega die al weken met een verkoudheid rondloopt, snotterend en hoestend alsof zijn leven ervan afhangt, maar steevast beweert: "Nee hoor, ik ben niet ziek, alleen een klein beetje moe." En iedereen knikt beleefd, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Is er dan niemand boos? Boos op de verspreiding van bacillen? Boos op de ontkenning van de realiteit? Blijkbaar niet.
Must Read
Of wat dacht je van die treinreis, waar iemand doodleuk een hele pot augurken zit te eten? In de stiltecoupé! De geur alleen al... Een kruising tussen zure sokken en een mislukte inmaakpoging. Je hoopt vurig dat iemand er iets van zegt, dat iemand opstaat en roept: "Genoeg is genoeg! Stop die pot weg!" Maar nee, de meeste mensen kijken glazig voor zich uit, verdiept in hun telefoon, alsof ze doof en blind zijn. Is er dan niemand boos? Vraag je je af, terwijl je je best doet om niet te kokhalzen.
De kunst van het wegkijken
Waarom doen we dit? Waarom negeren we de absurditeiten van het dagelijks leven? Misschien is het angst voor confrontatie. Misschien is het gewoonweg luiheid. Het is makkelijker om weg te kijken, om te doen alsof alles normaal is, dan om de orde te verstoren. We zijn allemaal acteurs in een groot, absurd toneelstuk, waarin we allemaal ons best doen om niet uit de toon te vallen.

Maar soms, heel soms, denk ik dat het meer is dan dat. Misschien is er een diepere, filosofische reden achter deze collectieve ontkenning. Misschien beseffen we diep van binnen dat het leven al absurd genoeg is, en dat het geen zin heeft om ons druk te maken om de kleine dingen. Wie weet is die taart in de supermarkt, die verkouden collega, die augurketende treinreiziger allemaal deel van een groter, onbegrijpelijk plan. En wie zijn wij dan om dat plan te verstoren?
Natuurlijk, soms barst de bom. Soms is er iemand die wel boos wordt. Die ene moedige held die opstaat en roept: "Dit kan zo niet langer!" Diegene die de augurkenpot afpakt, de collega naar huis stuurt, de supermarktmanager op de hoogte stelt van de taartramp. Die momenten zijn kostbaar, want ze herinneren ons eraan dat er nog hoop is. Dat er nog mensen zijn die bereid zijn om de realiteit onder ogen te zien, om de status quo uit te dagen.

Maar vaker wel dan niet, blijven we stil. We slikken onze frustratie in, we glimlachen beleefd, we doen alsof er niets aan de hand is. En we vragen ons af: Is er dan niemand boos?
De ironie van de rust
De ironie is natuurlijk dat deze collectieve ontkenning vaak resulteert in een soort vreemde rust. Ja, het is misschien onlogisch, het is misschien absurd, maar het is ook... stabiel. We weten wat we aan elkaar hebben. We weten dat we elkaar niet zullen uitdagen, dat we elkaar niet zullen confronteren. En dat is, op een perverse manier, best prettig.

Denk aan die vergadering waar iedereen het stiekem oneens is met het voorgestelde plan, maar niemand durft iets te zeggen. Iedereen zit daar maar te knikken en te glimlachen, terwijl ze innerlijk schreeuwen. Uiteindelijk wordt het plan aangenomen, en iedereen gaat naar huis met een gevoel van onbehagen. Maar er is geen ruzie, er is geen conflict. Is er dan niemand boos? Misschien wel, maar niemand laat het merken.
De kracht van de beleefdheid
In Nederland hebben we een speciale affiniteit met deze vorm van collectieve ontkenning. We zijn meesters in de kunst van de beleefdheid. We slikken onze ergernis in, we glimlachen breed, we bieden onze excuses aan, zelfs als we geen fout hebben gemaakt. Het is een soort nationale sport. En soms, heel soms, vraag ik me af of we niet te ver doorslaan. Of we niet te veel waarde hechten aan de harmonie, ten koste van de waarheid.

Maar dan bedenk ik me weer dat het leven al ingewikkeld genoeg is. Dat we allemaal onze eigen problemen hebben, onze eigen zorgen. En dat het soms gewoon makkelijker is om de dingen te laten zoals ze zijn. Om de taart op de vloer te negeren, de verkouden collega te accepteren, de augurketende treinreiziger te verdragen. Misschien is het wel een vorm van mededogen. Misschien beseffen we dat iedereen zijn eigen redenen heeft om te doen wat hij doet. En dat het niet aan ons is om daarover te oordelen.
Dus de volgende keer dat je je afvraagt: "Is er dan niemand boos?" denk dan even na. Misschien is er wel degelijk iemand boos. Maar misschien is er ook iemand die gewoon moe is. Of iemand die bang is. Of iemand die gewoon geen zin heeft in gedoe. En misschien is dat wel oké.
Want uiteindelijk is het leven een groot, chaotisch, absurd toneelstuk. En wij zijn allemaal figuranten, die proberen er het beste van te maken. Met of zonder augurken.
