Wat Is Ongewenst Gedrag In De Klas

Het is voor iedereen belangrijk dat de klas een veilige en prettige plek is om te leren. Als ouder wil je dat je kind zich prettig voelt op school. Als leerling wil je kunnen leren zonder afgeleid te worden. En als leraar wil je les kunnen geven in een omgeving waar iedereen respectvol met elkaar omgaat. Maar wat gebeurt er als dat niet zo is? Wat is nu precies ongewenst gedrag in de klas en wat kunnen we eraan doen? In dit artikel gaan we dieper in op dit belangrijke onderwerp.
Wat verstaan we onder ongewenst gedrag?
Ongewenst gedrag in de klas is een breed begrip. Het omvat alle acties van leerlingen die de leeromgeving verstoren, de veiligheid aantasten of de rechten van anderen schenden. Het kan variëren van kleine irritaties tot ernstige incidenten.
Denk aan:
Must Read
- Storend gedrag: Praten zonder toestemming, rondlopen, geluiden maken.
- Agressief gedrag: Schelden, duwen, slaan, pesten (fysiek en verbaal).
- Respectloos gedrag: Negeren van instructies, disrespect tonen naar de leraar of medeleerlingen.
- Materieel misbruik: Vandalisme, stelen, beschadigen van eigendommen.
- Cyberpesten: Online intimidatie via sociale media, e-mail of andere platforms.
Belangrijk is om te onthouden dat één incident niet meteen betekent dat een kind ‘problematisch’ is. Het kan eenmalig zijn, veroorzaakt door stress, frustratie of een andere oorzaak. Het gaat erom te herkennen wanneer gedrag structureel of schadelijk wordt.
De impact van ongewenst gedrag
Ongewenst gedrag heeft een negatieve impact op alle betrokkenen. Leerlingen die gepest worden, kunnen angstig en onzeker worden, hun zelfbeeld kan dalen en hun schoolprestaties kunnen eronder lijden. Ook de leerlingen die getuige zijn van ongewenst gedrag kunnen zich onveilig voelen. Leraren voelen zich vaak machteloos, gefrustreerd en ervaren een hogere werkdruk. Uiteindelijk lijdt de kwaliteit van het onderwijs eronder.
"Ik merkte dat ik meer tijd kwijt was aan het corrigeren van gedrag dan aan het lesgeven zelf," vertelt een leraar uit het basisonderwijs. "Het frustreerde me enorm en ik voelde me niet in staat om de leerlingen te geven wat ze verdienden."

Oorzaken van ongewenst gedrag
Het is belangrijk om te begrijpen dat ongewenst gedrag vaak een signaal is. Het kan een uiting zijn van onderliggende problemen of behoeften. Er zijn veel verschillende oorzaken mogelijk:
- Thuisomgeving: Problemen thuis, zoals een scheiding, financiële zorgen, of een gebrek aan structuur, kunnen leiden tot gedragsproblemen op school.
- Leerproblemen: Een leerachterstand of een leerstoornis kan frustratie veroorzaken en leiden tot storend gedrag.
- Sociale problemen: Moeite met het maken van vrienden, buitengesloten worden of gepest worden kan een negatieve invloed hebben op het gedrag.
- Aandacht vragen: Soms zoeken kinderen aandacht, ook al is het negatieve aandacht.
- Gebrek aan regels en grenzen: Wanneer er onduidelijkheid is over de verwachtingen, kan dit leiden tot ongewenst gedrag.
- Medische oorzaken: In sommige gevallen kan er sprake zijn van een onderliggende medische oorzaak, zoals ADHD of een andere ontwikkelingsstoornis.
"Vaak zie je dat kinderen die zich vervelen in de klas, of die de lesstof niet begrijpen, eerder geneigd zijn om storend gedrag te vertonen," aldus een onderwijspsycholoog.
Wat kunnen we eraan doen?
Het aanpakken van ongewenst gedrag vereist een proactieve en consistente aanpak, waarbij alle betrokkenen – leerlingen, leraren, ouders en de schoolleiding – samenwerken. Hier zijn enkele praktische tips:
1. Preventie
Voorkomen is beter dan genezen! Creëer een positief en veilig klimaat in de klas, waarin respect, acceptatie en empathie centraal staan.
- Duidelijke regels en afspraken: Stel samen met de leerlingen duidelijke regels op en zorg ervoor dat iedereen weet wat de consequenties zijn van het overtreden van deze regels.
- Positieve bekrachtiging: Beloon goed gedrag en geef complimenten. Dit stimuleert leerlingen om zich positief te gedragen.
- Actieve luistervaardigheid: Leer leerlingen om naar elkaar te luisteren en elkaar te respecteren.
- Sociale vaardigheidstraining: Bied trainingen aan waarin leerlingen leren omgaan met conflicten, hun emoties te reguleren en assertief te zijn.
Oefening: Organiseer een klassikale discussie over wat 'respect' betekent in de klas. Laat leerlingen voorbeelden geven van respectvol en respectloos gedrag. Maak een poster met de afspraken die uit de discussie voortkomen en hang deze op in de klas.
2. Signalering
Wees alert! Neem signalen van ongewenst gedrag serieus en grijp vroegtijdig in.

- Observeren: Let op veranderingen in het gedrag van leerlingen.
- Gesprekken: Voer individuele gesprekken met leerlingen die ongewenst gedrag vertonen. Probeer de oorzaak van het gedrag te achterhalen.
- Ouders betrekken: Neem contact op met de ouders om het gedrag te bespreken en samen te zoeken naar een oplossing.
- Teamoverleg: Bespreek het gedrag met collega's en de schoolleiding om een gezamenlijke aanpak te bepalen.
Activiteit: Houd een logboek bij van incidenten met ongewenst gedrag in de klas. Noteer de datum, tijd, plaats, betrokken personen en de aard van het incident. Dit helpt om patronen te herkennen en gerichter actie te ondernemen.
3. Interventie
Handel adequaat! Reageer consistent en rechtvaardig op ongewenst gedrag.
- Consequenties: Hanteer de afgesproken consequenties wanneer regels worden overtreden.
- Bemiddeling: Bemiddel bij conflicten tussen leerlingen.
- Individuele begeleiding: Bied leerlingen die behoefte hebben aan extra ondersteuning, individuele begeleiding aan. Denk aan een remedial teacher, een schoolpsycholoog of een maatschappelijk werker.
- Schorsing/Verwijdering: In ernstige gevallen kan schorsing of verwijdering een noodzakelijke maatregel zijn.
Dagelijkse toepassing: Wanneer een leerling storend gedrag vertoont, neem hem/haar even apart en vraag rustig wat er aan de hand is. Luister aandachtig en probeer samen een oplossing te vinden. Leg de nadruk op het gewenste gedrag en geef positieve bekrachtiging wanneer de leerling zich verbetert.

4. Evaluatie
Blijf kritisch! Evalueer regelmatig de aanpak van ongewenst gedrag en pas deze indien nodig aan.
- Reflectie: Reflecteer op je eigen handelen en kijk wat je kunt verbeteren.
- Feedback: Vraag feedback aan leerlingen, ouders en collega's.
- Monitoring: Houd de ontwikkeling van het gedrag van leerlingen in de gaten.
- Aanpassing: Pas de aanpak aan op basis van de evaluatie.
Motivatie: Het aanpakken van ongewenst gedrag is een continu proces. Blijf positief en gemotiveerd, en onthoud dat je een verschil kunt maken in het leven van leerlingen!
Kortom, ongewenst gedrag in de klas is een complex probleem dat een veelzijdige aanpak vereist. Door te focussen op preventie, signalering, interventie en evaluatie, kunnen we een veilige en prettige leeromgeving creëren voor alle leerlingen. Samen kunnen we ervoor zorgen dat de klas een plek is waar iedereen zich thuis voelt en optimaal kan ontwikkelen.
