The Road By Cormac Mccarthy

Nou, moet je luisteren, ik had laatst een boek gelezen. En niet zomaar een boek, nee, The Road van Cormac McCarthy. Serieus, dit boek is zo deprimerend, je zou bijna denken dat de auteur een abonnement had op verdriet en ellende. Maar op een gekke manier is het ook weer fantastisch. Het is net als een achtbaan; je schreeuwt de hele tijd, maar als je eruit stapt, wil je eigenlijk meteen weer.
Post-apocalyptische gezelligheid (not!)
Het verhaal? Simpel. De wereld is naar de klote. Waarom? Dat weet niemand precies. Een meteorietinslag? Nucleaire oorlog? Misschien had iemand per ongeluk de rode knop ingedrukt tijdens een saaie vergadering? Maakt eigenlijk ook niet uit. Feit is: alles is grijs, dood, en er is geen Starbucks te vinden. Het is zo'n wereld waarin je spontaan zin krijgt in een kopje thee... en dan beseft dat thee ook al uitgestorven is.
We volgen een vader en zoon, die anoniem blijven (we noemen ze voor het gemak Vader en Zoon), die proberen te overleven in deze heerlijke nieuwe wereldorde. Ze trekken naar het zuiden, op zoek naar warmte en misschien... ja, misschien een greintje hoop.
Must Read
Wandelen, wandelen, en nog eens wandelen
Het boek is eigenlijk één lange wandeling. Serieus, ik had het idee dat ik zelf op een gegeven moment blaren kreeg. Je leest over hun voeten, hun honger, de dreiging van andere mensen (die meestal niet zo aardig zijn), en de constante angst. Het is net een survivaltraining, maar dan zonder de luxe van een douche aan het eind.
Stel je voor: je bent Vader en Zoon. Je hebt een karretje met wat spullen. Wat zou je meenemen? Ik weet het wel: een gigantische zonnebril (want al die as is vast irritant voor je ogen), een blikje stroopwafels (voor de moraal!), en een goede Spotify-playlist (liefst iets vrolijks, anders wordt het helemaal niet meer te harden). Helaas, Vader en Zoon hebben dat allemaal niet. Ze hebben alleen een pistool (voor de gezelligheid), wat blikjes (waarschijnlijk met doperwten – altijd doperwten, hè?), en elkaar.

De gezellige bijpersonen
Laten we het even hebben over de andere mensen in het boek. Oef. De meeste zijn niet de meest prettige figuren. Kannibalen? Check. Roverbendes? Check. Algemene akeligheid? Dubbel check. Het is net alsof de apocalyps de slechtste eigenschappen van iedereen naar boven heeft gehaald. Je zou bijna verlangen naar een belastinginspecteur. Bijna.
- De Kannibalen: Stel je voor, je hebt al honger, en dan kom je erachter dat jij het diner bent. Brrr. Misschien toch maar vegetariër worden?
- De Rovers: Ze stelen je karretje, je doperwten, en waarschijnlijk ook je laatste beetje hoop. Lekker dan.
- De Vriendelijke Mensen (bestaan die?): Er zijn af en toe lichtpuntjes. Mensen die nog een beetje menselijkheid in zich hebben. Maar die momenten zijn zeldzaam en voelen aan als een oase in een woestijn vol ellende.
Vader en Zoon: De Kern van het verhaal
Ondanks alle ellende draait het verhaal om de band tussen Vader en Zoon. De vader probeert zijn zoon te beschermen, hem hoop te geven, en hem te leren hoe te overleven. De zoon is onschuldig, lief, en hij is het goede in een wereld die al het goede lijkt te zijn verloren. Het is echt hartverscheurend om te lezen hoe de vader alles doet voor zijn zoon. Echt, je krijgt er tranen van in je ogen...of misschien kwam dat door die as.

De dialogen: lekker kort en krachtig
McCarthy staat bekend om zijn minimalistische schrijfstijl. Geen lange beschrijvingen, geen ingewikkelde zinnen. Het is rechttoe rechtaan. De dialogen zijn vaak heel kort en krachtig. Denk aan:
"Papa?"
"Ja?"
"Hebben we nog doperwten?"
"Nee."
"Oh."
Diepgang ten top, toch?

De Grote Vragen
The Road stelt een aantal grote vragen. Wat is de waarde van het leven als alles verloren is? Wat betekent het om mens te zijn in een wereld zonder menselijkheid? Is er nog hoop, zelfs als alles hopeloos lijkt? En vooral: waar koop je nog een goede latte in zo'n puinhoop?
Het boek geeft geen makkelijke antwoorden. Eigenlijk geeft het helemaal geen antwoorden. Het laat je gewoon met die vragen zitten, zodat je er zelf over na kan denken. En dat is eigenlijk best knap.

Waarom zou je dit lezen (ondanks alles)?
Oké, ik heb het nu heel negatief laten klinken, maar The Road is echt een meesterwerk. Het is prachtig geschreven, het is intens, en het blijft je bij. Het is een boek dat je niet snel vergeet.
- Het is een indrukwekkend verhaal: De relatie tussen vader en zoon is echt ontroerend.
- Het is een filosofische trip: Het zet je aan het denken over de grote vragen van het leven.
- Je kunt daarna extra genieten van je eigen leven: Na het lezen van dit boek waardeer je een warme douche, een volle koelkast en een vriendelijk gezicht des te meer!
Dus, als je op zoek bent naar een boek dat je diep raakt (en misschien een beetje depressief maakt), dan is The Road zeker een aanrader. En als je het uit hebt, kun je altijd nog een feel-good roman lezen om weer een beetje vrolijk te worden. Of gewoon een tripje naar de supermarkt. Doperwten zijn dan ineens best oké.
Moraal van het verhaal: Apocalyps? Liever niet. Stroopwafels? Altijd.
