Mart Smeets De Grote Vier

Okay, steek de kaarsjes aan, pak een biertje (of een kopje thee, ik oordeel niet!), want ik ga jullie iets vertellen over een begrip in de Nederlandse sportwereld: De Grote Vier van Mart Smeets. En ja, we hebben het over dé Mart Smeets. De man met de colbertjes, de onvermijdelijke lach en de mening die harder inslaat dan een klap van Mike Tyson (in zijn goede jaren, natuurlijk).
Waarom dit verhaal? Nou, omdat De Grote Vier meer is dan een opsomming van sporters. Het is een stukje Nederlandse sportgeschiedenis, verpakt in de charmante, soms wat onnavolgbare, stijl van Smeets. Het is, durf ik bijna te zeggen, een mythe.
Wat is De Grote Vier eigenlijk?
Simpel gezegd, De Grote Vier, zoals gemunt door Mart Smeets in zijn legendarische sportprogramma’s, waren vier Nederlandse sporticonen die volgens hem (en velen met hem) de absolute top vertegenwoordigden. Het waren niet zomaar goede sporters, het waren ambassadeurs, rolmodellen en magiërs op hun eigen veld (of baan, of in het zwembad, je snapt het idee).
Must Read
Wie zaten er in die Grote Vier dan?
Tromgeroffel… Hier komen ze, in willekeurige volgorde, want laten we eerlijk zijn, proberen ze op nummer één te zetten is net zo zinvol als proberen een kat in een doos te stoppen:
- Anton Geesink: De reus uit Utrecht, de man die de judo-wereld op z'n kop zette door als eerste niet-Japanner een gouden medaille te winnen op de Olympische Spelen van 1964. Een beer van een vent, die ondanks zijn imposante verschijning een ongelooflijk zachte kant had. Ik bedoel, heb je ooit een beer knuffels zien uitdelen? Geesink wel!
- Ard Schenk: De schaatskoning! In de jaren zeventig domineerde hij het langebaanschaatsen alsof hij een persoonlijke ijsbaan had gehuurd. Drie gouden medailles op de Olympische Spelen in Sapporo, wereldrecords alsof het postzegels waren. Schenk was niet alleen snel, hij was ook stijlvol. Zelfs als hij viel (wat zelden gebeurde), deed hij het met gratie.
- Johan Cruijff: Moet ik hem echt nog introduceren? De man die voetbal herdefinieerde. De architect van het 'totaalvoetbal', de belichaming van 'voetbal is simpel, maar simpel voetballen is het moeilijkst'. Cruijff was meer dan een voetballer, hij was een filosoof op voetbalschoenen. Zijn uitspraken waren legendarisch, zijn spel revolutionair. En laten we eerlijk zijn, zijn 14 rugnummer is nog steeds iconisch.
- Fanny Blankers-Koen: De vliegende huisvrouw! Vier gouden medailles op de Olympische Spelen van 1948 in Londen, en dat terwijl ze moeder was van twee kinderen. In een tijd dat vrouwen in de sport nog niet dezelfde erkenning kregen als mannen, domineerde Fanny de atletiekbaan alsof ze een superheldin was in vermomming. Een inspiratie voor iedereen, en een levend bewijs dat leeftijd en moederschap geen obstakels hoeven te zijn.
Een indrukwekkend rijtje, toch? Maar wat maakte deze vier nou zo speciaal volgens Mart Smeets?

Waarom juist déze vier?
Smeets, met zijn kenmerkende flair, benadrukte altijd de unieke combinatie van talent, doorzettingsvermogen, charisma en de impact die deze sporters hadden op de Nederlandse samenleving. Het ging niet alleen om de medailles, maar ook om de verhalen, de persoonlijkheden en de emoties die ze losmaakten. Ze waren meer dan sporters, ze waren helden.
- De impact op de jeugd: Ze inspireerden een hele generatie om te sporten, om te dromen, om te geloven in hun eigen kunnen. Elk kind wilde schaatsen als Schenk, voetballen als Cruijff, rennen als Blankers-Koen of judoën als Geesink.
- De media-aandacht: Ze waren de sterren van de Nederlandse televisie en kranten. Hun prestaties werden breed uitgemeten, hun persoonlijke verhalen werden verteld en hun gezichten waren alomtegenwoordig. Ze waren populaire cultuur voordat dat een ding was.
- De nationale trots: Ze brachten Nederland samen. Tijdens hun wedstrijden zat het hele land aan de buis gekluisterd, juichend, huilend, levend. Ze gaven ons het gevoel dat we deel uitmaakten van iets groots, iets bijzonders.
En laten we eerlijk zijn, Smeets is ook een meester in het creëren van een narratief. Hij wist als geen ander hoe hij deze sporters kon presenteren als iconen, als onsterfelijken. Of het nou echt zo was, of dat hij het een beetje aande dikke kant insmeerde, dat doet er niet toe. Het werkte. En we geloofden het.

Kritiek op de Grote Vier? Zeker!
Natuurlijk, er was ook kritiek op de Grote Vier. Sommigen vonden dat er andere sporters waren die ook in dit rijtje thuishoorden. Waarom geen Joop Zoetemelk? Of Epke Zonderland? Of Anky van Grunsven? Goede vragen, en de antwoorden zijn subjectief. Smeets had zijn eigen criteria, zijn eigen voorkeuren, en hij stond daar vierkant achter. Punt.
Er waren ook mensen die vonden dat de verheerlijking van deze sporters wat overdreven was. Dat ze werden neergezet als perfecte rolmodellen, terwijl ze ook gewoon mensen waren met hun fouten en gebreken. En dat is ook waar. Maar perfectie is saai. Het zijn juist de imperfecties die mensen interessant maken, die ze menselijk maken. En de Grote Vier, ondanks hun iconische status, waren ook maar gewoon mensen.

De erfenis van de Grote Vier
Wat blijft er over van de Grote Vier? Hun prestaties, natuurlijk. Hun verhalen, die nog steeds worden doorverteld. Hun invloed op de Nederlandse sport en samenleving. Maar bovenal blijft hun inspiratie. Ze hebben ons laten zien dat alles mogelijk is, als je er maar hard genoeg voor werkt, als je maar gelooft in jezelf, als je maar bereid bent om offers te brengen.
En de erfenis van Mart Smeets? Die is ook niet mis. Hij heeft als geen ander de Nederlandse sport op de kaart gezet, met zijn eigenzinnige stijl, zijn diepgaande kennis en zijn passie voor de sport. Hij is misschien niet ieders kopje thee, maar hij heeft wel een onuitwisbare stempel gedrukt op de Nederlandse sportjournalistiek. En dankzij hem weten we nu allemaal wie Anton Geesink, Ard Schenk, Johan Cruijff en Fanny Blankers-Koen waren. En dat is, op zijn zachtst gezegd, best wel belangrijk.
Dus, de volgende keer dat je een sportwedstrijd kijkt, denk dan eens aan de Grote Vier. Denk aan hun prestaties, hun verhalen, hun impact. En denk aan Mart Smeets, de man die ze onsterfelijk heeft gemaakt. Proost!
