I Wrote A Book For You

Jeez, waar begin je als je iemand vertelt: “Hé, ik heb een boek voor jou geschreven.” Alsof je zegt: “Ik heb een bloemkool geknutseld speciaal voor je neus.” Best een dingetje, toch? Niet zomaar een appje, of een toevallig gekochte trui. Nee, een heel boek. Geschreven. Voor jou.
Maar laten we eerlijk zijn, de drang om iets te creëren speciaal voor iemand is zo oud als de straat. Herinner je je nog dat je als kind een lelijk, zelfgemaakt schilderijtje aan je moeder gaf? Met de beste intenties, maar artistiek… eh… niet zo. Dit is een beetje hetzelfde, alleen dan met woorden. En hopelijk iets minder lelijk. (Geen garanties, hoor!).
Waarom überhaupt een boek?
Goede vraag! Waarom al die moeite? Het begon waarschijnlijk met een moment, een gedachte, een anekdote die maar bleef hangen. Alsof je een klein, irritant steentje in je schoen hebt dat je er maar niet uit krijgt. En in plaats van het gewoon te negeren (zoals we normaal doen met irritante dingen), besloot ik er iets mee te doen. Iets groots. Iets… boekwaardigs.
Must Read
Of misschien was het gewoon midlifecrisis nummer 3. Wie zal het zeggen? Feit is, er zat een verhaal in mijn hoofd dat eruit moest. En dat verhaal… dat ging over jou. Of, in elk geval, over de dingen die ik van je weet, de dingen die ik met je heb meegemaakt, de dingen die ik je altijd al had willen zeggen maar nooit de juiste woorden voor kon vinden. Het is een beetje alsof je probeert een pot pindakaas leeg te schrapen met een boterham. Je komt er wel, maar het is een heel proces.
Dus, in plaats van je lastig te vallen met eindeloze, ongestructureerde gesprekken (wat ik sowieso al doe, laten we eerlijk zijn), besloot ik het allemaal op papier te zetten. In de hoop dat het iets zou betekenen. Iets meer dan een vluchtige WhatsApp-status.

Het Creatieve Proces (of het Gebrek Daaraan)
Het schrijven zelf? Een complete chaos. Denk aan een keuken na het bakken van een taart. Meel overal, eierschalen, een vaag idee dat er ooit een recept was, maar nu niet meer. Zo voelde mijn brein dus ook. Zinnen begonnen als serieuze filosofische uiteenzettingen en eindigden als grappige kattenfilmpjes. Interne consistentie? Een verre droom.
Er waren dagen dat ik uren achter mijn laptop zat, starend naar een knipperende cursor, alsof die cursor mij zou inspireren. Spoiler alert: dat deed ‘ie niet. En er waren dagen dat de woorden eruit rolden alsof iemand de kraan had opengezet. Die dagen waren meestal om 3 uur 's nachts, na een overdosis cafeïne. (Doe dit niet thuis, kinderen!).
En de proeflezers? Oh, de proeflezers! Alsof je een kind een zelfgemaakte tekening laat zien en vraagt: "Vind je hem mooi?". Je weet dat je een eerlijk antwoord wilt, maar tegelijkertijd wil je ook echt niet horen dat het op een misvormde aardappel lijkt. Gelukkig waren mijn proeflezers lief, tactvol en bovenal, heel eerlijk. Zonder hen zou dit boek waarschijnlijk een onleesbare puinhoop zijn geworden. Dus, dank jullie wel, proeflezers! Jullie zijn de redders van mijn mentale gezondheid.

Waar gaat het boek dan eigenlijk over?
Tja, dat is de hamvraag, hè? Zonder te veel te spoilen… het is een beetje een mix. Een mix van herinneringen, anekdotes, observaties en een flinke dosis "wat als...". Het is alsof je een doos oude foto's vindt en je realiseert dat elk van die foto's een heel verhaal vertelt. Sommige verhalen zijn grappig, sommige zijn verdrietig, sommige zijn gewoon… bizar. Net als het leven zelf, eigenlijk.
Het gaat over onze vriendschap, de gekke dingen die we samen hebben meegemaakt, de lessen die we (hopelijk) hebben geleerd. Het is een poging om de complexiteit van het leven te begrijpen, verpakt in een (hopelijk) verteerbaar verhaal. Denk aan een goedkope kop noodles: makkelijk, vullend en soms verrassend bevredigend.
En ja, er zitten ook dingen in die misschien wat ongemakkelijk zijn. Dingen die ik misschien niet hardop zou durven zeggen. Maar hé, dat is het mooie van een boek, toch? Het is een veilige plek om al je diepste, donkerste geheimen te onthullen… of in ieder geval, een paar ervan. We houden het wel een beetje beschaafd, hè!

Waarom je het zou moeten lezen (of in de open haard gooien)
Oké, ik ga je niet dwingen. Je mag het boek doen wat je wilt. Je kan het lezen, je kan het gebruiken als onderzetter voor je koffie, je kan het in de open haard gooien (hoewel ik dat persoonlijk heel pijnlijk zou vinden). De keuze is aan jou.
Maar… als je het wel leest, hoop ik dat je er iets in herkent. Iets van jezelf, iets van mij, iets van onze vriendschap. Ik hoop dat het je laat lachen, laat nadenken, en misschien zelfs een beetje laat huilen. Of allemaal tegelijk, dat mag ook. Het is in ieder geval een poging om iets te creëren dat betekenis heeft. Iets dat verder gaat dan een vluchtige like op Instagram.
Ik heb dit boek voor je geschreven, niet omdat ik denk dat ik de waarheid in pacht heb, of dat ik de wijsheid van een Boeddha bezit. Nee, ik heb het geschreven omdat ik om je geef. Omdat ik onze vriendschap waardeer. En omdat ik geloof dat onze verhalen het waard zijn om verteld te worden. Zelfs als die verhalen soms een beetje… awkward zijn. Zoals een eerste date die volledig in het water loopt, maar waar je achteraf hartelijk om kan lachen.

Dus, daar heb je het. Mijn boek. Voor jou. Lees het met een korreltje zout, een open geest en een flinke dosis humor. En als je het helemaal niks vindt? Geen probleem. We kunnen er altijd nog een goed verhaal van maken. Want uiteindelijk is dat wat telt: de verhalen die we samen creëren.
En nu, ga het lezen! Of… gooi het in de open haard. Maar vertel me dan wel waarom je het in de open haard hebt gegooid. Ik ben benieuwd!
Oh, en mocht je je afvragen: nee, ik schrijf geen vervolg. Tenzij je me heel veel geld biedt. Heel veel geld.
