I Turned My Childhood Friend

Oké, laten we eerlijk zijn. We hebben het allemaal wel eens meegemaakt, toch? Dat je naar iemand kijkt, iemand die je al eeuwen kent, en plotseling... boem! Alsof er iemand een lichtknopje heeft omgezet. Je beste vriend, je partner in crime, de persoon met wie je al je kinderlijke geheimen deelde, is ineens... anders. Alsof ze stiekem vervangen zijn door een aantrekkelijke alien die op hen lijkt. Herkenbaar? Ja toch?!
Bij mij gebeurde het met Pieter. Pieter! De jongen met wie ik moddertaarten bakte in de tuin en 's avonds met een zaklamp onder de dekens zat te lezen. Pieter, die altijd mijn haren in de war bracht als ik een serieuze poging had gedaan er iets moois van te maken. Die Pieter. En ja, ik kan het je vertellen, het was confuserend.
Het begon met kleine dingetjes. Kleine, onschuldige dingen, zoals het feit dat ik hem opeens heel goed vond ruiken. Niet naar modder en kinderzweet meer, maar naar… iets fris, iets mannelijks. Alsof hij stiekem reclame maakte voor een aftershave die ik niet kende. En dan waren er nog zijn ogen. Die waren altijd groen, maar nu leken ze wel smaragdgroen! Smaragdgroen! Wie heeft er nou smaragdgroene ogen? Blijkbaar Pieter. En blijkbaar vond ik het nu opeens heel interessant om daar naar te kijken. Langer dan normaal.
Must Read
Het was alsof ik een nieuwe bril had gekregen, maar dan een bril die de wereld in flirtmodus zette. Overal waar Pieter was, was flirtmodus. Zelfs als hij alleen maar zijn veters strikte! Ja, het sloeg nergens op.
De Ontkenning
Natuurlijk ontkende ik het in eerste instantie. Keihard. Ik kon toch niet verliefd worden op Pieter? Dat was net zoiets als verliefd worden op je eigen schoenveters! Het was… raar. We waren vrienden! Al sinds onze luiers! We kenden elkaar door en door! We waren als broer en zus! Nou ja, niet letterlijk natuurlijk, maar je snapt het idee. Het was gewoon not done.
Ik probeerde het te negeren. Ik probeerde mezelf ervan te overtuigen dat het gewoon een fase was. Dat het kwam door de lente, of de volle maan, of de verkeerde hoeveelheid koffie. Alles was beter dan de waarheid onder ogen zien: ik was hopeloos gevallen voor mijn jeugdvriend.

Ik deed zelfs alsof ik andere jongens leuk vond. Ik ging extra enthousiast in op de avances van die ene jongen die altijd grapjes maakte over mijn sokken. (Ja, echt. Sokken. Zijn humor was… bijzonder.) Maar zelfs terwijl ik lachte om zijn slechte grappen, dacht ik alleen maar: "Pieter zou hier waarschijnlijk een veel betere grap over maken." Zucht.
De Bewijzen Stapelen Zich Op
Maar hoe hard ik het ook probeerde, ik kon het niet langer ontkennen. De bewijzen stapelden zich op als vuile was in een studentenkamer. Ik betrapte mezelf erop dat ik zijn Instagram stalkte (wie niet?), dat ik zijn favoriete liedjes op repeat afspeelde, en dat ik stiekem hoopte hem tegen te komen als ik even snel boodschappen ging doen. En dan heb ik het nog niet eens over de keren dat ik 'per ongeluk' zijn hand aanraakte. "Oh sorry, ik zag je hand niet!" Ja hoor, alsof zijn hand een onzichtbaar object was.
Het absolute dieptepunt was de keer dat ik een droom over hem had. Ik ga niet in detail treden, maar laten we zeggen dat het iets met een strand, een zonsondergang en heel veel ongemakkelijke stiltes te maken had. Na die droom wist ik het zeker: ik was doomed.

De Bekentenis (of Poging Daartoe)
Oké, bekentenis is een groot woord. Laten we het houden op een 'poging tot bekentenis'. Want toen ik daadwerkelijk tegenover Pieter stond, met mijn hart bonzend in mijn keel alsof er een drumstel in zat, kwam ik niet verder dan wat onduidelijke gemompel en een hoop gestamel. Het was net alsof ik de tekst van mijn favoriete liedje was vergeten tijdens een karaokeavond voor duizend mensen. Vreselijk!
Ik probeerde het te verpakken in een 'hypothetische situatie'. "Stel je voor, Pieter, stel je nou eens voor, dat iemand… iemand zoals ik… gevoelens zou hebben voor iemand… iemand zoals jij. Wat zou je dan doen?"
Pieter keek me aan alsof ik koorts had. "Nou," zei hij, "ik zou denken dat die persoon dringend naar de dokter moet."

Geweldig. Dat was dus niet de reactie waar ik op had gehoopt.
De Uiteindelijke Openbaring
Uiteindelijk kwam het er toch uit. Niet door mijn toedoen, maar door een stom toeval. We waren op een feestje, en na een paar (te veel) glazen wijn, liet ik per ongeluk vallen dat ik hem 'wel aantrekkelijk vond'. Onder het mom van 'ach, we zijn toch vrienden, ik kan dat best zeggen', had ik mijn geheim dus alsnog gedeeld. Niet de meest romantische manier, I know.
En toen… gebeurde er iets onverwachts. Pieter bloosde. Pieter bloosde! De stoere, zelfverzekerde Pieter bloosde! Alsof hij net had gehoord dat Sinterklaas echt bestond. En toen zei hij iets wat ik nooit had verwacht.

"Ik vind jou ook wel aantrekkelijk," mompelde hij, terwijl hij naar zijn schoenen keek. "Alleen… ik durfde het nooit te zeggen."
En Nu?
Tja, en nu zijn we samen. Ja, echt. De moddertaartbakker en de boekenwurm. Het is raar, het is spannend, het is soms ongemakkelijk, maar het is ook fantastisch. We kennen elkaars slechte gewoontes, we weten elkaars pijnlijkste geheimen, en we houden nog steeds van elkaar, ondanks alles.
Het is alsof we een hele nieuwe laag aan onze vriendschap hebben toegevoegd. Een laag met kusjes, knuffels en heel veel flauwe grapjes die niemand anders begrijpt. En ja, af en toe voelt het nog steeds een beetje surrealistisch. Alsof ik droom en elk moment wakker kan worden. Maar ik hoop dat ik nog heel lang mag blijven dromen.
Dus, wat is de moraal van dit verhaal? Misschien dat je je beste vriend niet moet uitsluiten als potentiële partner. Misschien dat je je gevoelens gewoon moet toegeven, zelfs als het doodeng is. Of misschien is het gewoon een bewijs dat het leven soms heel verrassende wendingen kan nemen. En dat de persoon die je het minst verwacht, misschien wel degene is die je het meest gelukkig maakt. Wie weet, misschien is jouw Pieter ook wel dichterbij dan je denkt.
