Diabetes Hypo Wat Te Doen

Ken je dat gevoel? Je zit midden in een belangrijke toets, je hoofd tolt en je kunt je opeens niet meer concentreren. Alles lijkt wazig te worden. Voor leerlingen met diabetes kan dit meer zijn dan alleen toetsstress: het kan een hypoglykemie, oftewel een hypo, zijn. En geloof me, als ouder, leraar of leerling zelf, is dit iets waar we allemaal goed mee om moeten kunnen gaan. Want een hypo kan eng zijn, maar met de juiste kennis en voorbereiding, is het goed te beheersen.
Wat is een Hypo precies?
Een hypo, kort voor hypoglykemie, betekent letterlijk een te laag bloedsuikergehalte. Normaal gesproken zorgt het hormoon insuline ervoor dat glucose (suiker) uit het bloed in de cellen wordt opgenomen, waar het als energie wordt gebruikt. Bij mensen met diabetes werkt dit proces niet altijd vanzelf, waardoor hun bloedsuikerspiegel te hoog (hyperglykemie) of te laag (hypoglykemie) kan worden.
Een bloedsuikergehalte onder de 4 mmol/L wordt meestal als een hypo beschouwd. Het precieze getal kan variëren afhankelijk van de persoon en de richtlijnen van de behandelend arts.
Must Read
Hoe ontstaat een Hypo?
Er zijn verschillende oorzaken waardoor een hypo kan ontstaan:
- Te veel insuline: Een te hoge dosis insuline spuiten ten opzichte van de hoeveelheid gegeten koolhydraten.
- Overgeslagen maaltijd of snack: Te lang wachten met eten of een maaltijd of snack overslaan.
- Extra inspanning: Meer bewegen of sporten dan normaal zonder de insulinedosis aan te passen of extra koolhydraten te nemen. Denk aan een extra gymles of een lange fietstocht.
- Alcohol: Alcohol kan de bloedsuikerspiegel verlagen.
- Bepaalde medicatie: Sommige medicijnen kunnen de bloedsuikerspiegel beïnvloeden.
De Symptomen van een Hypo: Een Belangrijke Indicator
Het herkennen van de symptomen van een hypo is cruciaal om snel te kunnen handelen. De symptomen kunnen van persoon tot persoon verschillen en ook van keer tot keer anders zijn. Enkele veel voorkomende symptomen zijn:

- Trillen: Oncontroleerbaar trillen van handen of lichaam.
- Zweten: Plotseling overmatig zweten, ook al is het niet warm.
- Duizeligheid: Een licht gevoel in het hoofd of het gevoel flauw te vallen.
- Honger: Een knagend gevoel van honger, zelfs kort na een maaltijd.
- Verwardheid: Moeite met concentreren, denken en spreken.
- Prikkelbaarheid: Snel geïrriteerd of boos worden.
- Hoofdpijn: Een zeurende of bonkende hoofdpijn.
- Wazig zien: Moeite met scherp zien.
- Hartkloppingen: Een snelle of onregelmatige hartslag.
Het is belangrijk om te benadrukken dat niet iedereen alle symptomen ervaart. Sommige mensen voelen een hypo heel duidelijk aankomen, terwijl anderen pas iets merken als de bloedsuikerspiegel al behoorlijk laag is.
Wat Te Doen bij een Hypo: Een Stappenplan
Als je vermoedt dat iemand een hypo heeft, is het belangrijk om direct te handelen. Hier is een stappenplan:

- Check de bloedsuikerspiegel: Meet de bloedsuikerspiegel als er een bloedglucosemeter beschikbaar is. Dit geeft zekerheid over of het inderdaad een hypo is. Let op: wacht niet met handelen als er geen meter beschikbaar is en de symptomen duidelijk wijzen op een hypo!
- Geef snelwerkende koolhydraten: Geef de persoon iets te eten of drinken met snelwerkende koolhydraten, zoals:
- Druivensuiker (dextro's)
- Vruchtensap (geen light)
- Suikerhoudende frisdrank (geen light)
- Een lepel jam of honing
- Wacht 15-20 minuten: Geef de snelwerkende koolhydraten de tijd om te werken.
- Check de bloedsuikerspiegel opnieuw: Meet na 15-20 minuten opnieuw de bloedsuikerspiegel. Als deze nog steeds te laag is (onder de 4 mmol/L), herhaal stap 2.
- Geef langzaam werkende koolhydraten: Zodra de bloedsuikerspiegel stijgt, geef dan iets met langzaam werkende koolhydraten, zoals:
- Een boterham
- Een cracker
- Fruit
- Blijf bij de persoon: Blijf bij de persoon totdat hij of zij zich weer beter voelt en de bloedsuikerspiegel stabiel is.
- Informeer: Informeer de ouders, verzorgers of de behandelend arts over de hypo.
Belangrijk: Als de persoon bewusteloos is of niet kan slikken, probeer dan geen eten of drinken in de mond te stoppen! Bel direct 112 en leg de persoon in de stabiele zijligging. Een glucagoninjectie kan in zo'n geval door een getraind persoon (bijvoorbeeld ouders of verzorgers) worden toegediend.
Hypo in de Klas: Tips voor Docenten en Medeleerlingen
Als docent of medeleerling kun je een belangrijke rol spelen bij het signaleren en behandelen van een hypo. Hier zijn een paar tips:

- Wees alert op de symptomen: Leer de symptomen van een hypo herkennen.
- Vraag: Als je vermoedt dat iemand een hypo heeft, vraag dan direct hoe hij of zij zich voelt.
- Wees begripvol: Een hypo kan heel vervelend zijn. Bied steun en begrip.
- Respecteer de privacy: Niet iedereen vindt het fijn als iedereen weet dat hij of zij diabetes heeft. Respecteer de privacy van de persoon.
- Zorg voor een veilige omgeving: Zorg ervoor dat er altijd snelwerkende koolhydraten beschikbaar zijn in de klas.
- Maak afspraken: Maak duidelijke afspraken met de leerling met diabetes over wat te doen in geval van een hypo.
Voorbeeld: Een docent merkt dat een leerling tijdens de les erg bleek ziet en begint te trillen. De docent vraagt de leerling discreet of alles goed gaat. De leerling geeft aan dat hij zich niet lekker voelt en waarschijnlijk een hypo heeft. De docent laat de leerling direct druivensuiker nemen en geeft hem even de tijd om bij te komen. Na 15 minuten voelt de leerling zich alweer een stuk beter.
Hypo Preventie: Voorkomen is Beter dan Genezen
De beste manier om met een hypo om te gaan, is om deze te voorkomen. Hier zijn een paar tips:

- Regelmatig eten: Eet regelmatig maaltijden en snacks, en sla geen maaltijden over.
- Let op de koolhydraten: Wees bewust van de hoeveelheid koolhydraten in je voeding en pas de insulinedosis hierop aan.
- Meet de bloedsuikerspiegel: Meet regelmatig de bloedsuikerspiegel, vooral voor en na het sporten.
- Pas de insulinedosis aan: Pas de insulinedosis aan op basis van je activiteitenniveau en voeding. Overleg dit met de behandelend arts.
- Draag een diabetespaspoort: Draag altijd een diabetespaspoort bij je, zodat hulpverleners weten dat je diabetes hebt.
Voorbeeld: Een leerling weet dat hij na de gymles vaak een hypo krijgt. Daarom neemt hij voor de gymles extra koolhydraten en meet hij na de gymles direct zijn bloedsuikerspiegel. Zo kan hij een hypo voorkomen.
Conclusie: Kennis is Kracht
Een hypo kan een beangstigende ervaring zijn, maar met de juiste kennis en voorbereiding is het goed te beheersen. Door de symptomen te herkennen, snel te handelen en preventieve maatregelen te nemen, kunnen we ervoor zorgen dat leerlingen met diabetes zich veilig en comfortabel voelen, zowel thuis als op school. Samen kunnen we het verschil maken!
Het is essentieel om te onthouden dat dit artikel algemene informatie geeft en geen vervanging is voor professioneel medisch advies. Raadpleeg altijd een arts of diabetesverpleegkundige voor een persoonlijk behandelplan.
