Atkinson And Shiffrin Model Of Memory

Het Atkinson-Shiffrin model, ook wel het multi-store model genoemd, is een invloedrijk model in de psychologie dat probeert te verklaren hoe menselijke geheugen werkt. Het werd in 1968 ontwikkeld door Richard Atkinson en Richard Shiffrin en beschrijft geheugen als een systeem bestaande uit verschillende opslagplaatsen die informatie opeenvolgend verwerken. Hoewel het model door de jaren heen kritiek heeft gekregen en is aangepast, blijft het een fundamenteel concept in het begrijpen van geheugenprocessen.
De Drie Componenten van het Model
Het Atkinson-Shiffrin model onderscheidt drie belangrijke geheugencompartimenten:
Sensory Memory (Sensorisch Geheugen)
Het sensorisch geheugen is de eerste stap in het geheugenproces. Het is een zeer kortstondige buffer die een exacte replica van sensorische informatie (visueel, auditief, tactiel, etc.) vasthoudt. Denk aan het zien van een vonk die een korte lichtstreep achterlaat in het donker, of het horen van een echo na een kort geluid. Deze indrukken duren slechts een fractie van een seconde tot enkele seconden. De belangrijkste functie is om voldoende tijd te geven om te beslissen welke informatie belangrijk genoeg is om verder te verwerken. Als er geen aandacht wordt besteed aan de informatie, vervaagt deze snel en gaat verloren. De capaciteit van het sensorisch geheugen is relatief groot, maar de duur is extreem kort.
Must Read
Een bekend voorbeeld is het iconisch geheugen (visueel sensorisch geheugen). Sperling voerde experimenten uit waarbij deelnemers een kort getoonde matrix van letters kregen te zien. Ze konden slechts een klein deel van de letters correct herinneren. Echter, wanneer een toonsoort vlak na het tonen van de matrix aangaf welke rij ze moesten rapporteren, konden ze bijna alle letters van die specifieke rij correct noemen. Dit suggereert dat alle letters even kort in het iconisch geheugen aanwezig waren, maar dat de meeste letters vervaagden voordat ze naar het kortetermijngeheugen konden worden overgebracht.
Short-Term Memory (Kortetermijngeheugen)
Het kortetermijngeheugen (KTG), tegenwoordig vaker werkgeheugen genoemd, is een tijdelijke opslagplaats voor informatie die actief wordt verwerkt. Informatie komt vanuit het sensorisch geheugen (wanneer er aandacht aan wordt besteed) of wordt opgehaald uit het langetermijngeheugen. Het KTG heeft een beperkte capaciteit, vaak aangeduid als "7 plus of min 2 chunks" (Miller, 1956). Dit betekent dat het KTG ongeveer 5 tot 9 afzonderlijke informatie-eenheden (chunks) kan vasthouden. De duur is ook beperkt, ongeveer 15 tot 30 seconden, tenzij de informatie actief wordt onderhouden door herhaling (rehearsal). Zonder herhaling vervalt de informatie snel.
Een simpel voorbeeld is het onthouden van een telefoonnummer dat je net hebt gehoord. Je herhaalt het nummer in je hoofd om het in je KTG te houden. Als je echter wordt afgeleid, of het nummer niet vaak genoeg herhaalt, vergeet je het snel.

Het KTG fungeert niet alleen als opslagplaats, maar ook als een werkruimte voor het manipuleren van informatie. Het is betrokken bij taken zoals redeneren, probleemoplossing en taalbegrip. De rol als werkgeheugen is een belangrijk aspect dat later verder is uitgewerkt door andere modellen, zoals het model van Baddeley en Hitch.
Long-Term Memory (Langetermijngeheugen)
Het langetermijngeheugen (LTG) is het geheugen waar informatie gedurende lange tijd, potentieel een leven lang, wordt opgeslagen. De capaciteit van het LTG wordt algemeen aangenomen als ongelimiteerd. Informatie wordt in het LTG gecodeerd op basis van betekenis en associaties. Het ophalen van informatie uit het LTG kan soms lastig zijn, afhankelijk van hoe de informatie is opgeslagen en hoe sterk de ophaalaanwijzingen zijn.
Het LTG is verdeeld in verschillende subsystemen, waaronder:

- Expliciet geheugen (Declaratief geheugen): Dit type geheugen vereist bewuste inspanning om informatie op te halen. Het omvat:
- Semantisch geheugen: Algemene kennis over de wereld, feiten, concepten en betekenissen. Bijvoorbeeld, weten dat de hoofdstad van Frankrijk Parijs is.
- Episodisch geheugen: Herinneringen aan persoonlijke ervaringen en gebeurtenissen. Bijvoorbeeld, je verjaardagsfeest van vorig jaar.
- Impliciet geheugen (Non-declaratief geheugen): Dit type geheugen beïnvloedt gedrag zonder bewuste herinnering. Het omvat:
- Procedureel geheugen: Geheugen voor vaardigheden en gewoonten. Bijvoorbeeld, fietsen of autorijden.
- Priming: Het effect dat eerdere blootstelling aan een stimulus de reactie op een latere stimulus beïnvloedt.
- Klassieke conditionering: Geleerde associaties tussen stimuli.
Een voorbeeld van het LTG in actie is het herinneren van de details van je eerste schooldag (episodisch geheugen) of het weten van de betekenis van het woord "geheugen" (semantisch geheugen). Het vermogen om te fietsen is een voorbeeld van procedureel geheugen.
Informatieoverdracht tussen geheugencompartimenten
Het Atkinson-Shiffrin model beschrijft een lineaire informatiestroom tussen de verschillende geheugencompartimenten. Informatie komt binnen via het sensorisch geheugen, wordt (via aandacht) overgedragen naar het kortetermijngeheugen, en kan (via herhaling en elaboratie) worden gecodeerd en opgeslagen in het langetermijngeheugen. Het ophalen van informatie uit het LTG vereist dat de informatie weer actief wordt in het KTG/werkgeheugen.
Aandacht is cruciaal voor de overdracht van informatie van het sensorisch geheugen naar het kortetermijngeheugen. Zonder aandacht vervaagt de informatie in het sensorisch geheugen snel.

Herhaling (rehearsal) is essentieel om informatie in het kortetermijngeheugen te behouden en om de overdracht naar het langetermijngeheugen te bevorderen. Hoe vaker informatie wordt herhaald, hoe groter de kans dat deze in het LTG wordt opgeslagen.
Elaboratie, het verbinden van nieuwe informatie aan bestaande kennis in het LTG, is een effectievere manier om informatie te coderen en op te slaan in het LTG dan alleen herhaling. Door elaboratie wordt de informatie beter geïntegreerd in het geheugennetwerk en is het later makkelijker op te halen.
Kritiek en Aanpassingen
Hoewel het Atkinson-Shiffrin model een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het begrijpen van geheugen, heeft het ook kritiek gekregen. Enkele belangrijke kritiekpunten zijn:

- De passieve rol van het KTG: Het model beschrijft het KTG vooral als een passieve opslagplaats, terwijl later onderzoek heeft aangetoond dat het KTG/werkgeheugen een actieve rol speelt bij het verwerken en manipuleren van informatie.
- De lineaire informatiestroom: Het model suggereert een strikt lineaire informatiestroom van sensorisch geheugen naar KTG naar LTG, wat niet altijd het geval is. Informatie kan bijvoorbeeld direct vanuit het LTG de aandacht trekken.
- De focus op herhaling: Het model legt te veel nadruk op herhaling als de belangrijkste manier om informatie in het LTG op te slaan, terwijl elaboratie en betekenisvolle verwerking belangrijker blijken te zijn.
Als reactie op deze kritiek zijn er verschillende aanpassingen en alternatieve modellen ontwikkeld. Een belangrijk voorbeeld is het werkgeheugenmodel van Baddeley en Hitch, dat het KTG vervangt door een complexer werkgeheugensysteem met verschillende componenten (fonologische lus, visuospatieel schetsblok, centrale bestuurder, en episodische buffer).
Real-World Voorbeelden en Toepassingen
Het Atkinson-Shiffrin model, ondanks de kritiek, biedt een nuttig framework voor het begrijpen van verschillende aspecten van geheugen in het dagelijks leven:
- Getuigenverklaringen: De nauwkeurigheid van getuigenverklaringen kan worden beïnvloed door de korte duur van het sensorisch geheugen en de beperkte capaciteit van het kortetermijngeheugen. Suggestieve vragen kunnen de herinnering vervormen.
- Studietechnieken: Het model benadrukt het belang van aandacht, herhaling en elaboratie bij het leren. Actieve leerstrategieën, zoals het stellen van vragen, het samenvatten van de stof en het verbinden van nieuwe informatie aan bestaande kennis, zijn effectiever dan passief herlezen.
- Geheugenstoornissen: Het model kan helpen bij het begrijpen van de symptomen van verschillende geheugenstoornissen, zoals anterograde amnesie (problemen met het vormen van nieuwe langetermijnherinneringen) en retrograde amnesie (verlies van reeds opgeslagen langetermijnherinneringen).
- Reclame: Reclame probeert gebruik te maken van alle drie de geheugensystemen: Sensorische reclames zijn vaak opvallend, om aandacht te trekken. Kortetermijngeheugen speelt een rol bij het onthouden van de naam. Langetermijngeheugen is het doel, door associaties te leggen met positieve eigenschappen.
Conclusie
Het Atkinson-Shiffrin model is een fundamenteel, hoewel vereenvoudigd, model dat een basis biedt voor het begrijpen van de complexe werking van het menselijk geheugen. Hoewel het model kritiek heeft gekregen en is aangepast, heeft het een belangrijke bijdrage geleverd aan de psychologie en heeft het de basis gelegd voor verder onderzoek naar geheugenprocessen. Het model benadrukt het belang van aandacht, herhaling en elaboratie bij het leren en onthouden van informatie. Door deze principes toe te passen in ons dagelijks leven, kunnen we onze geheugenprestaties verbeteren.
Denk na over hoe je zelf informatie verwerkt. Besteed je voldoende aandacht aan de informatie die je wilt onthouden? Herhaal je de informatie actief? En elaboreer je de informatie door het te verbinden aan je bestaande kennis? Door bewust te zijn van deze processen, kun je je geheugen beter trainen en efficiënter leren.
